Rouwmedaillon

Collectiestuk van de maand

Elke maand wordt een collectiestuk van Museum W in de schijnwerpers gezet
November 2021

November: de maand van Allerheiligen en Allerzielen, van Halloween en volop vallende bladeren. Een mooie maand dus om een bijzonder stuk uit de collectie centraal te zetten: een rouwhaarwerk. In eerste instantie denk je bij ‘haarwerk’ wellicht aan pruiken en hair extensions. In de 18e en vooral de 19e eeuw echter, werden voorstellingen gemaakt met afgeknipt mensenhaar.1  Zeker ten tijde van de Romantische rouwcultuur, met zijn hang naar beelden van liefde en sterfelijkheid, waren deze herinneringsobjecten een echte rage. De haarlokken van een geliefde werden verwerkt in sieraden en kleine ‘schilderijtjes’ of wandmedaillons. 

Levenskracht van haar
Sinds mensenheugenis wordt aan haar een bijzondere, rituele waarde toegekend. Haar groeit, er zit leven in. Haaroffers zijn over de gehele wereld bekend, sinds de oudheid en in latere eeuwen. In de christelijke wereld kennen we bijvoorbeeld het bijbelverhaal van Samson. Nadat hij door Delila’s verraad zijn haren verloor, was hij ook zijn kracht kwijt. Zodra het haar van Samson aangegroeide, keerde ook zijn kracht terug. Haar is sinds jaar en dag verbonden met onsterfelijkheid, liefde en verbondenheid. Het is bezield materiaal en daardoor zeer geschikt voor het behouden van een herinnering aan een geliefde. 

Huisvlijt of opdracht
Om met het menselijk hoofdhaar te kunnen werken, werd het eerst gewassen, in alcohol gekookt en gedroogd. Vervolgens werd het heel fijn geknipt of gesneden. Daarna volgde het aanbrengen van het met lijm gemengde haar op de vooraf getekende lijntjes op de achtergrond. Dit gebeurde met een heel dun penseeltje. De langere haren bewaarde men voor de takken van de treurwilg. Vaak kwam er nog een borduurnaald aan te pas om alles goed vast te zetten. 

Was je voldoende kapitaalkrachtig, dan gaf je een opdracht aan een beroepshaarwerker. Dergelijke professionele ambachtsmensen waren al in de eerste kwart van de 19e eeuw in Nederland gevestigd. Leuk is ook dat er diverse modellenboeken bewaard gebleven zijn van deze haarwerkersbedrijven. Niet alleen kleine ‘haarschilderijtjes’ , maar ook hangers en andere sieraden konden op bestelling worden geleverd als een souvenir aan de dierbare overledenen. Daarbij werd vaak gebruik gemaakt van een herkenbare symboliek, zoals een treurwilg, grafmonument, schedel, urn, zeis of vlindertje. 
Maar je kon ook zelf aan de slag. Het Nederlandse damesblad Penelope (verschenen tussen 1821 en 1835) gaf aan vrouwen uit de hogere burgerij tips & tricks en voorbeelden om haar te verwerken in diverse producten van huisvlijt. 

Dit rouwhaarwerk is gemaakt in opdracht van Anthony van der Lugt ter nagedachtenis van zijn op 17 december 1882 gestorven zoontje Piet van der Lugt. Op de grafzerk staat de tekst "Sur la terre en était un Ange, mais sa patrie était aux Cieux” : Op aarde was hij een engel, maar zijn vaderland was in de hemel. 
De grote treurwilg die zich over het graf buigt, de grote den rechts, de bloemen op de voorgrond, het hekwerkje om het graf, het is allemaal driedimensionaal gemaakt met de afgeknipte lokken van de kleine Piet.


1)  In 1417 maakte een anonieme beeldhouwer uit München een crucifix versierd met de haren van zijn in dat jaar overleden dochter. Dit is het oudst bekende rouwhaarstuk.
Interessante bronnen over haarrouwwerk zijn o.m. Museum Tot Zover'Haar-souvernirs' door W.H.Th. Knippenberg en  SieradenMuze.

Anoniem
Haarrouwstuk 1882
zwart gelakt hout met koperen binnenrand, haar, perkament
verwerving: particuliere bruikleen